De Nederlandse overheid krijgt de opdracht om inwoners van het Caribische eiland Bonaire te beschermen tegen klimaatverandering

Jan De Vries

DEN HAAG – Een rechtbank heeft de Nederlandse regering woensdag bevolen een plan op te stellen om de inwoners van het kleine Caribische eiland Bonaire te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering – een grote overwinning voor de eilandbewoners.

De rechtbank Den Haag oordeelde in een verbluffende berisping van de Nederlandse autoriteiten ook dat de regering de 20.000 inwoners van het eiland discrimineerde door geen “tijdige en passende maatregelen” te nemen om hen te beschermen tegen klimaatverandering voordat het te laat is.

Aanbevolen video’s



“Het eiland heeft al last van overstromingen als gevolg van tropische stormen en extreme regenval, en volgens verschillende onderzoekers zal dit de komende jaren nog erger worden. Zelfs conservatieve voorspellingen voorspellen dat delen van het eiland in 2050, dus over 25 jaar, onder water zullen staan”, zei rechter Jerzy Luiten in een volle rechtszaal.

Bindende doelstellingen

De rechtbank beval de Nederlandse regering ook om binnen achttien maanden bindende doelstellingen vast te stellen, vastgelegd in de wet, om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen, in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs. Dat pact, iets meer dan tien jaar geleden ondertekend, verplicht landen ertoe om de stijging van de mondiale temperaturen tegen het jaar 2100 vergeleken met pre-industriële tijden ‘ruim onder’ 2 graden Celsius (3,6 graden Fahrenheit) te houden, en zegt dat ze zullen ‘proberen deze nog verder te beperken’, tot 1,5 graden Celsius.

De zaak, aangespannen door acht inwoners van Bonaire en gesteund door milieugroep Greenpeace, had tot doel de regering te dwingen haar burgers beter te beschermen tegen de gevolgen van stijgende temperaturen en stijgende zeespiegels en zou een precedent kunnen scheppen voor soortgelijke juridische uitdagingen elders.

Reactie op de uitspraak

“De rechters hebben ons gehoord”, zei een van de bewoners, Jackie Bernabela.

“We zijn niet langer tweederangsburgers. Gelijkheid. Ik ben heel blij”, zei ze in de rechtszaal terwijl ze de tranen wegveegde.

De regering kan in beroep gaan tegen het 90 pagina’s tellende schriftelijke besluit. Sophie Hermans, minister voor Klimaatbeleid en Groene Groei: “Vandaag heeft de rechtbank een uitspraak gedaan die van belang is voor de inwoners van Bonaire en Europees Nederland.” Ze zei dat ze het samen met andere overheidsdiensten zou bestuderen voordat ze zou reageren.

Greenpeace-campagnevoerder Eefje de Kroon verwelkomde de uitspraak en zei dat de organisatie nauwlettend in de gaten zou houden hoe de regering de bevelen van de rechtbank uitvoert. Ze noemde het een ‘geweldige overwinning’, niet alleen voor de bevolking van Bonaire, ‘maar voor ons allemaal, omdat de Nederlandse regering meer moet doen om de klimaatcrisis te stoppen en mensen die de gevolgen al ondervinden daadwerkelijk te beschermen.’

Inspanningen van de overheid

De zaak kwam in Den Haag aanhangig omdat Bonaire, samen met twee andere eilanden, Sint Eustatius en Saba, in 2010 bijzondere Nederlandse gemeenten zijn geworden. De 20.000 inwoners van het eiland zijn op basis van hun koloniale geschiedenis Nederlandse staatsburgers.

Advocaten van de regering voerden aan dat Nederland al vooruitgang boekt in de strijd tegen de klimaatverandering, daarbij verwijzend naar broeikasgasreducties en mitigatie-inspanningen. Regeringsadvocaat Edward Brans zei dat de kwestie moet worden behandeld door nationale overheden en niet door rechters.

Maar de rechtbank oordeelde dat de inspanningen van de overheid niet voldoende waren. De doelstelling om de uitstoot tegen 2030 met 55% te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990 was niet bindend en omvatte niet volledig de uitstoot van het lucht- en zeevervoer. De rechtbank zei ook dat het “zeer onwaarschijnlijk” is dat Nederland zijn doelstelling voor 2030 zal halen.

Politieke achtergrond

De uitspraak kwam nadat wekenlange gesprekken over de vorming van een nieuwe Nederlandse regering na de nationale verkiezingen eind oktober leken op het vormen van een nieuwe minderheidscoalitie onder leiding van de centristische D66-leider Rob Jetten.

Hij kreeg de bijnaam ‘klimaataandrijver’ toen hij als minister verantwoordelijk was voor het doorvoeren van een reeks wetgeving die bedoeld was om de afhankelijkheid van Nederland van fossiele brandstoffen te verminderen en de CO2-uitstoot aanzienlijk terug te dringen.

Nu zal de nieuwe regering die Jetten naar verwachting zal leiden de maatregelen moeten aanscherpen in lijn met de uitspraak van de rechtbank.

Baanbrekende beslissingen

Het is niet de eerste keer dat de rechtbank Den Haag een baanbrekend klimaatuitspraak doet. Dezelfde rechtbank behandelde ruim tien jaar geleden de eerste fase van de historische Urgenda-zaak. Die zaak eindigde in 2019 toen het Nederlandse Hooggerechtshof in het voordeel van klimaatactivisten oordeelde en de regering beval de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen, een juridische strijd die de weg vrijmaakte voor soortgelijke uitdagingen over de hele wereld.

Het Urgenda-besluit speelde een prominente rol in recente besluiten over klimaatverandering van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en het hoogste gerechtshof van de Verenigde Naties, het Internationale Gerechtshof. Beide rechtbanken oordeelden dat het nalaten om de klimaatverandering te bestrijden in strijd was met het internationaal recht.

In het decennium tot 2023 steeg de zeespiegel met een mondiaal gemiddelde van ongeveer 4,3 centimeter (1,7 inch), terwijl delen van de Stille Oceaan nog hoger stegen. De wereld is sinds het pre-industriële tijdperk ook met 1,3 graden Celsius (2,3 Fahrenheit) opgewarmd als gevolg van de verbranding van fossiele brandstoffen.